De krant Tanzania Daily News publiceerde vorige week een artikel waarin de gevolgen van biobrandstoffen voor de voedselzekerheid in Afrikaanse landen aan de kaak werd gesteld. Dit naar aanleiding van kritiek op de conclusies in het ActionAid rapport Meals per Gallon, dat werd geuit door een Europese delegatie tijdens een bezoek aan Tanzania.
Voedselzekerheid in geding
Het rapport toont aan dat de productie van biobrandstoffen in ontwikkelingslanden, zoals in Tanzania, een serieuze bedreiging vormt voor de voedselzekerheid en niet het juiste antwoord is op klimaatverandering.
"Met het oog op de verwachte toename in het Europese verbruik van biobrandstoffen in 2020 en de riante subsidies die hieraan gelieerd zijn, kopen Europese bedrijven nu al op grote schaal beschikbare landbouwgrond op in ontwikkelingslanden." zegt Aida Kiangi, directeur van ActionAid Tanzania.
Lage productiekosten
Volgens de EU-delegatie klopt deze bewering niet. De EU beschikt zelf over voldoende landbouwgrond om aan de Europese vraag naar biobrandstoffen te voldoen, aldus de delegatie. Maar ActionAid acht dit niet realistisch, daar Europese bedrijven zullen uitwijken naar landen waar de productiekosten het laagst liggen.
Vruchtbare landbouwgrond
Bovendien schrijven richtlijnen voor dat de gewassen, die als basis dienen voor de productie van biobrandstoffen alleen mogen worden verbouwd op landbouwgrond van marginale kwaliteit. Uit het ActionAid rapport blijkt echter dat Europese bedrijven juist grote lappen vruchtbare grond aankopen, waardoor ze rechtstreeks concurreren met de lokale voedselvoorziening.
Prijsstijgingen
Verder stelt de EU-delegatie dat de productie van biobrandstoffen niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de prijsstijging van rijst, omdat rijst geen grondstof is voor biobrandstof. Maar volgens Action Aid ligt dit genuanceerder. Hoewel rijst op zich zelf geen grondstof is, is maïs dat wel en een stijging in de prijs van maïs heeft een indirect effect op de prijzen van andere voedselgewassen, waaronder rijst.