Het International Land Coalition publiceerde vorige week een zeer diepgravend rapport over de gevolgen van land grabbing in ontwikkelingslanden in de afgelopen 10 jaar. Volgens het rapport is er tussen 2000 en 2010 ruim 200 miljoen hectare landbouwgrond aangekocht of geleased. Dit staat gelijk aan 47 keer de oppervlakte van Nederland.
Lokale bevolking de dupe
Een van de belangrijkste conclusies uit het rapport is dat deze landdeals, ook wel land grabbing genoemd, ten koste gaan van lokale gemeenschappen en kleine boeren in arme landen. Veel kleine boeren en gemeenschappen gebruiken het opgekochte land om hun vee te laten grazen, brandhout te verzamelen of eigen voedsel te produceren. Ze raken hun broodnodige bestaansmiddelen kwijt. Vooral vrouwen worden hard getroffen. Zij zijn degenen die het land bewerken om hun families te kunnen voeden.
Sociale gevolgen groot
“Niza/ActionAid waarschuwt al langer voor de sociaal-economische gevolgen van grootschalige landbouwinvesteringen in Afrika.” zegt Barbara van Paassen, beleidsmedewerker bij Niza. “De lokale bevolking heeft geen stem in dit soort land deals die meestal achter gesloten deuren plaatsvinden. En het zijn de bedrijven, overheden en elites die profiteren van de winst. De landrechten van kleine boeren en lokale gemeenschappen staan niet zwart op wit en er ontbreekt goede wetgeving die hun bescherming biedt tegen dit soort deals.”
Voedselspeculatie
Het rapport laat zien dat vooral dat tussen 2005 en 2010 de vraag naar land flink is gestegen met als piekmoment 2008-2009 toen de voedselcrisis toesloeg. Wereldwijd stijgende voedselprijzen zorgden ervoor dat investeren in potentieel landbouwgrond en landbouwproducten een lucratieve business werd en de deur opende naar korte termijn speculatie. De enorme toevlucht van investeringskapitaal op de nog ongereguleerde goederenmarkt door speculanten als internationale hedgefondsen, pensioenfondsen en investeringsbanken hebben bijgedragen aan de grote prijsschommelingen (volatiliteit) van ondermeer graan, maïs en soja. Hierdoor werd het nog interessanter om te investeren in landbouwgrond.
Biobrandstoffen
In Afrika is de belangrijkste drijver achter land grabbing de toenemende vraag naar biobrandstoffen. Het rapport stelt dat 66% van de onderzochte landdeals is bestemd voor de productie van biobrandstoffen. Er worden enorme plantages aangelegd voor het verbouwen van jatropha, suikerriet en oliepalm waaruit biobrandstoffen worden gemaakt. Deze zogenaamde ‘1e generatie’ biobrandstoffen zijn zeer omstreden omdat ze direct concurreren met de lokale voedselvoorziening. Beschikbare landbouwgrond wordt onttrokken aan de lokale voedselproductie en aangewend voor voedselgewassen die niet bestemd zijn voor de lokale voedselmarkt.
Europees energiebeleid
Deze grote vraag naar biobrandstoffen is een gevolg van een nieuwe Europese energie- en transportrichtlijn. Deze richtlijn stelt dat in 2020 alle Europese lidstaten 10% van hun fossiele brandstoffen zoals benzine en diesel moeten hebben vervangen door zogenaamde ‘hernieuwbare’ energiebronnen. De meeste Europese landen kiezen ervoor om deze 10% in te vullen met biobrandstoffen. Hierdoor zal de vraag naar biobrandstoffen in de aanloop van 2020 met 400% stijgen. Tweederde hiervan moet worden ingevoerd, het merendeel vanuit Afrika.
Investeren in alternatieven
“Wij zijn van mening dat biobrandstoffen niet het antwoord is op het terugdringen van de CO2 uitstoot, gezien de negatieve impact op de lokale voedselvoorziening in Afrika. Nederland en de EU zouden veel meer moeten investeren in alternatieve energiebronnen, zoals in windenergie en in zonne-energie. Daarnaast moeten de rechten van de lokale gemeenschappen die ongewild betrokken zijn bij dit soort grote landdeals beter worden beschermd. Alleen dan profiteert de Afrikaanse bevolking zelf ook van hun natuurlijke hulpbronnen.” aldus Barbara van Paassen.
Niza en land grabbing: klik hier voor meer informatie