Als gevolg van toenemende druk vanuit de Verenigde Naties en NGO's zoals Niza trekt tinertshandelaar Traxys zich terug uit Oost-Congo. Dat kondigde een woordvoerder van het Belgische bedrijf gisteren aan.
Eind 2008 publiceerde een VN-expertgroep een rapport over de schendingen van het wapenembargo in Oost-Congo. Uit dit rapport bleek dat Traxys een belangrijke schakel vormt in de handelsroute van tinerts en coltan en dat het begin van de route kon worden teruggeleid naar de Rwandese rebellengroep FDLR. Het Belgische bedrijf kocht 1,631 ton tin en 226 ton coltan van Congolese bedrijven die deze grondstoffen weer kopen van mijnen die in handen zijn van de rebellen.
Nathalie Ankersmit (nationaal coördinator van de campagne Fatal Transactions bij Niza) reageert positief op het nieuws: "we vinden het goed dat westerse bedrijven die onder dubieuze omstandigheden profiteren van de grondstoffenhandel uit Oost-Congo, nu de druk voelen van de VN en de publieke opinie. Deze bedrijven boeken enorme winsten ten koste van de slachtoffers van het conflict. Met onze campagne Fatal Transactions oefenen we al jaren druk uit op bedrijven en overheden om deze foute bedrijven aan te pakken."
Volgens de woordvoerder van de VN-expertgroep worden de in het rapport genoemde bedrijven niet aanbevolen om Oost-Congo te verlaten, maar gevraagd meer informatie te geven over de manier waarop deze bedrijven hun zorgplicht hebben uitgevoerd om te voorkomen dat ze betrokken raken bij het conflict. Het zogenaamde due diligence aspect. Traxys is deze zorgplicht onvoldoende nagekomen. Het bedrijf geeft aan een eigen onderzoek uit te willen voeren, maar zegt als voorzorg toch te vertrekken uit Oost-Congo tot duidelijk is dat de door hen geïmporteerde mineralen niet bijdragen aan de ondersteuning van illegale gewapende groepen.
Nathalie Ankersmit: "Wij zijn geen voorstanders van een algehele boycot op grondstoffen uit Oost-Congo, omdat dan een grote groep Congoleze mijnwerkers hun broodwinning zullen verliezen. Maar we proberen via het uitoefenen van politieke druk meer transparantie in deze sector te krijgen, geruggensteund door bindende wetgeving die deze transparantie moet afdwingen."
De handel in mineralen uit Oost-Congo, zoals coltan en tinerts, vormt al jaren een lucratieve financieringsbron voor de strijdende partijen in dat gebied, zoals de Rwandese Democratic Forces for the Liberation of Rwanda (FDLR). De mineralen worden gebruikt in de productie van mobiele telefoons, laptops en andere elektronica producten. Met de opbrengst worden wapens, munitie en voedsel gekocht, waardoor de partijen hun gevechtshandelingen kunnen voortzetten. Daarbij maken ze zich op grote schaal schuldig aan ernstige mensenrechtenschendingen, zoals moord, verkrachting, plundering en het ronselen van kindsoldaten.