

Vorige week maandag ging de klimaatconferentie in Kopenhagen van start. De conferentie duurt tot vrijdag 18 december. Inzet is de hele wereld achter de bestrijding van klimaatverandering te krijgen. Zo’n aanpak is hard nodig. Zeker voor ontwikkelingslanden, die het meest lijden onder de effecten van de opwarming van de aarde. Daarom voeren ActionAid en Niza een actieve lobby in Kopenhagen.
Update maandag 21 december 2009
In Kopenhagen zijn regeringsleiders het eens geworden over een opwarming van de aarde met maximaal 2 graden. Maar over de bijbehorende CO2-reductie werden ze het niet eens. Ontwikkelingslanden krijgen beperkte steun. En de afspraken zijn niet bindend. De klimaattop is op een mislukking uitgelopen.
Niet helemaal, vindt minister Cramer. Ontwikkelingslanden krijgen vanaf 2020 jaarlijks 70 miljard euro voor hun strijd tegen klimaatverandering. Minder dan de helft van wat volgens de Verenigde Naties nodig is. Noem het maar een succes.
In Europa en de Verenigde Staten gaat de beschuldigende vinger vooral uit naar China. Maar die wijst er fijntjes op dat per hoofd van de bevolking de CO2-uitstoot slechts een zesde is van die in de Verenigde Staten. Waarom zou zij het voortouw moeten nemen? Toen Obama in Kopenhagen arriveerde, deed hij geen enkele nieuwe toezegging.
Hoe nu verder? Volgend jaar is er een nieuwe top in Mexico. Maar verschillende landen hebben hun buik vol van de Verenigde Naties. Liever een deal sluiten in de G20, met enkel de grote spelers en zonder ontwikkelingslanden. Want de vervuiler bepaalt.
Volgens de Gambiaanse onderhandelaar Pa Ousman Jarju restte ontwikkelingslanden in Kopenhagen weinig anders dan de deur open te houden. Zij gingen daarom maar akkoord met de gemaakte afspraken. “In het belang van ons volk, mijn land en Afrika moeten we in gesprek zien te blijven met de wereld.” Wat kunnen ze anders? Armoede troef in Kopenhagen
Update vrijdag 18 december 2009
De keuze voor een klimaattop in Kopenhagen was ongelukkig. Zoveel is nu wel duidelijk. Niet alleen is de top slecht georganiseerd, het is er ook stervenskoud. Voor regeringsleiders blijkbaar een lastige omgeving om maatregelen tegen de opwarming van de aarde te nemen.
Geoffrey komt uit het noorden van Uganda, een regio die herstellende is van een grote droogte na vorig jaar te zijn getroffen door overstromingen. “Je komt hoopvol naar deze conferentie, met het idee dat we hier gaan zitten en met oplossingen komen voor al die slachtoffers, en ze misschien ook middelen te geven om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden.” Maar die hoop is stilaan vervlogen in de snijdende kou in Kopenhagen. Een mislukking dreigt.
De onderhandelaars steggelen over de reductie van de CO2-uitstoot en de klimaathulp aan ontwikkelingslanden. Volgens minister Cramer ligt vooral China dwars. De Verenigde Staten houden wijselijk hun mond. De Amerikanen willen de CO2-uitstoot met slechts 4 procent verminderen. Daar waar Europa tot 30 procent zou willen gaan en volgens deskundigen 40 procent nodig is. Aan ontwikkelingslanden willen de Verenigde Staten niet meer dan 70 miljard euro geven, nog niet de helft van het bedrag dat zou moeten.
Wat ambtenaren in twee jaar onderhandelen niet is gelukt, moeten regeringsleiders vandaag in de laatste 24 uur van de top voor elkaar zien te boksen. Een akkoord dat rampspoed weet te voorkomen. Dat ze nog potjes op het vuur hebben staan, zeggen de Amerikanen. Dat ze bereid zijn compromissen te sluiten, zeggen de Chinezen. Het zal vandaag moeten gebeuren. Want in de woorden van de Britse premier Brown: Als we banken kunnen redden, moeten we toch ook geld kunnen vinden om de aarde te redden.
Update donderdag 17 december 2009
We kruipen in Kopenhagen door het oog van de naald, voorspelde minister Koenders in De Wereld Draait Door. Het bleef onduidelijk wat hij precies bedoelde. Dat er op het laatste moment alsnog een goed akkoord komt? Of dat wrikkend door een klein gaatje iets halfbakken wordt afgesproken?
Ik ben het niet eens met de commentaren dat de klimaattop in Kopenhagen muurvast zit. Wie de onderhandelingen nauwlettend volgt, ziet beweging.
Het begon maandag toen China zei af te zien van Westerse hulp. Een dag later lanceerde de Franse president Sarkozy het idee om het geld dat nodig is voor de strijd tegen klimaatverandering te halen uit een nieuwe belasting op luchtvaart, scheepvaart en financiële transacties. Een variant op de ‘Tobin tax’, vernoemd naar een Amerikaanse econoom die in de jaren 70 een kleine belasting op de valutahandel voorstelde. Het zou een manier zijn om het vele geld dat nodig is, bij elkaar te brengen.
Gisteren deden Europa en Afrika nog een nieuwe duit in het zakje. Zij werden het eens over een bedrag van 100 miljard euro per jaar vanaf 2020 aan steun voor ontwikkelingslanden. Dat is minder dan de 143 miljard die feitelijk nodig is. Maar het zijn onderhandelingen, dus water bij de wijn.
Na China en Europa zijn de Verenigde Staten aan de beurt. Maar tot nu toe blijft het stil aan die kant van de tafel. Het wachten is op de Amerikaanse president, die vandaag in Kopenhagen arriveert. Of hij het oog van de naald weet te vinden? Laten we hopen. Alle ballen op Obama.
Update dinsdag 15 december 2009
Klabam, klonk het in Kopenhagen. Afrikaanse landen smeten de onderhandelingsdeur dicht. Boos over de opstelling van rijke landen, die maar niet met toezeggingen komen.
Het conflict ging over de vraag wat er met het oude akkoord, het zogenaamde Kyoto-protocol moet gebeuren. Daarin staan harde afspraken over de vermindering van CO2-uitstoot door rijke landen. De Afrikaanse landen willen dat protocol verlengen, liefst met aanvullende afspraken. Ook moeten de Verenigde Staten en China, die Kyoto niet hebben ondertekend, dit keer meedoen. Wanneer die afspraken worden losgelaten, zo vrezen de Afrikanen, is men aan het eind van de onderhandelingen in Kopenhagen misschien slechter af dan daarvoor.
“Afrikaanse landen zijn erg kwetsbaar voor klimaatverandering, dus hun stem moet gehoord worden”, zo meent Dominic Walubengo Wandera, die vanuit Kenia naar Kopenhagen is gereisd. Het Afrikaanse protest kreeg inderdaad gehoor. Aan het eind van de dag werden de onderhandelingen in twee groepen hervat. De ene groep onderzoekt of het bestaande Kyoto-protocol kan worden uitgebreid met verdere maatregelen tegen de CO2-uitstoot. De andere groep bespreekt de steun aan ontwikkelingslanden in hun strijd tegen klimaatverandering.
Ondertussen liet China weten geen steun van rijke landen nodig te hebben. Een opmerkelijk besluit, waardoor de bal bij de Verenigde Staten en de Europese Unie is komen te liggen. Die zijn nu aan zet, en de tijd begint te dringen.
Update maandag 14 december 2009
Kopenhagen maakt zich op voor de tweede en laatste week van de klimaatonderhandelingen. Voor ontwikkelingslanden staat veel op het spel. Bijvoorbeeld voor Mali, dat aan de rand van de Sahel ligt. Binnen 15 jaar dreigt het daar veel warmer en droger te worden. “Omdat 50 procent van onze economie drijft op landbouw, is het voor ons een zaak van overleving”, meent delegatieleider Fatoumata Diakite. Zij rekent voor dat 68 procent van de bevolking in Mali over 15 jaar honger zal lijden.
De gevolgen van klimaatveranderingen verschillen per land. Bangladesh, Vietnam en Mozambique moet bijvoorbeeld vrezen voor overstromingen als gevolg van rijzend zeewater. Landen als Mali, Ethiopië en Malawi worden daarentegen geconfronteerd met langdurige periodes van droogte. Kleine boeren passen zich aan door niet langer een keer per jaar maar aan het eind van de regenperiode nog een tweede keer maïs te planten. Ook verbouwen ze verschillende gewassen, zoals gierst en sorghum, om minder afhankelijk te zijn van een enkele oogst. Maar dan moet er natuurlijk wel extra geld zijn voor zaaigoed. En lang niet alle boeren in Afrika hebben dat.
Ontwikkelingslanden hebben geld nodig om dijken aan te leggen tegen overstromingen. Voor extra zaaigoed en een betere irrigatie van hun akkers. Daarvoor zijn zij naar Kopenhagen gekomen. Om rijke landen hulp te vragen voor problemen die niet zij maar rijke landen hebben veroorzaakt. Om die eis kracht bij te zetten gingen zogenaamde ‘klimaatschuld agenten’ van ActionAid in opvallend rode pakken de straat op. Want het is NU dat we in actie moeten komen. Ontwikkelingslanden kunnen niet langer wachten.
Update vrijdag 11 december
Voor een snelle start in de strijd tegen klimaatverandering wil de Europese Unie ontwikkelingslanden 4 miljard euro steun geven, zo werd gisteren besloten. Een bemoedigend bericht. Op lange termijn is er meer geld nodig om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. De Europese Unie berekende een bedrag van 100 miljard euro per jaar vanaf 2020. Daaraan zou zij zelf maximaal 15 miljard willen bijdragen. Oftewel 15 procent. Een stuk minder bemoedigend.
Hoe komt de Europese Unie aan die 15 miljard? De term klimaatschuld springt in gedachte. Het principe dat de vervuiler betaalt. Zou er één Europese regeringsleider zijn die met droge ogen durft te beweren dat Europa slechts 15 procent heeft bijgedragen aan de opwarming van de aarde? Zijn we niet samen met de Verenigde Staten, Japan en in toenemende mate ook China en India verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de broeikasgassen? En is het eerlijk om ontwikkelingslanden voor onze rotzooi te laten opdraaien?
Met ActionAid publiceerde Niza in aanloop naar de klimaatconferentie een rapport over de klimaatschuld van rijke landen. Daarin wordt berekend dat Europa historisch gezien een klimaatschuld heeft van niet 15 maar 30 procent. Door Nederland en enkele andere landen, waaronder Groot-Brittannië en Zweden, wordt dat erkend en zij zouden daarom best de Europese bijdrage willen verhogen. Hopelijk weten de ministers Koenders en Cramer als zij volgende week aanschuiven, hun collega’s daar alsnog toe te bewegen.
Dan dringt zich echter de volgende vraag op. Namelijk uit welk potje wordt onze klimaatschuld betaald? Misschien wel uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking, melden Zweden en Denemarken. Een geweldige grap. Want via de achterdeur krijgen ontwikkelingslanden dan alsnog de rekening gepresenteerd. De Nederlandse regering heeft aangegeven dat de strijd tegen klimaatverandering in principe niet ten koste mag gaan van de bestaande hulp aan ontwikkelingslanden. Dat dacht ik ook ja. Maar in principe dus. Waakzaamheid is geboden.
Update donderdag 10 december
Niet de ijsbeer zou het symbool van de klimaatconferentie moeten zijn maar arme kleine boeren in ontwikkelingslanden. Vooral vrouwen worden daar hard geraakt. Vorig jaar gingen 300.000 mensen dood aan de gevolgen van klimaatverandering. Het zijn de woorden van Mary Robinson, de eerste vrouwelijke president van Ierland en later Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de Verenigde Naties.
Persoonlijk vind ik dat je ijsberen en arme boeren in ontwikkelingslanden moeilijk kan vergelijken. Maar het is waar dat de belangen van die boeren op de achtergrond raken in Kopenhagen. De Deense organisatie wil liever zelf geschiedenis schrijven dan zich om hun lot te bekommeren. In een uitgelekt concept voor de slotverklaring van de conferentie staat dat 10 miljard euro steun moet worden gegeven aan ontwikkelingslanden om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Als er maar een akkoord komt met daarop de naam Kopenhagen, dondert niet wat er in staat, zo lijkt de Deense gedachte.
Die 10 miljard euro is een absurd laag bedrag. Dat ontwikkelingslanden daar boos over zijn, is terecht. Zelfs de Wereldbank, niet de meest vooruitstrevende organisatie, berekende dat minimaal 68 miljard per jaar nodig is. Volgens berekeningen van Niza en ActionAid zou dat 143 miljard euro moeten zijn. In Kopenhagen is een ordinaire belangenstrijd gaande. Niet tussen de ijsbeer en arme boeren. Maar tussen rijke en arme landen, ten koste van ons allemaal.
Update woensdag 9 december 2009
Gisteren lekte een voorstel uit van de Deense regering. Een slecht
voorstel dat indruist tegen de wens van ontwikkelingslanden om het geld
dat beschikbaar komt te laten beheren door de Verenigde Naties. De
Deense regering wil dat geld bij de Wereldbank onderbrengen. Maar de
Wereldbank haalde in het verleden altijd slechte rapportcijfers als het
over armoedebestrijding en duurzaamheid ging. Ironisch om de toekomst
nu weer in handen van juist de Wereldbank te leggen. Bovendien is de
Wereldbank geen democratische instelling. Rijke landen die meer
inbrengen hebben meer stemrecht en worden regelmatig bevoordeeld.
Het
is veel beter om het toekomstige klimaatfonds te laten beheren door de
Verenigde Naties. Omdat alle landen, rijk en arm, daar een gelijk
stemrecht hebben. Het voorstel van de Denen ondermijnt de belangen van
ontwikkelingslanden. Dat leverde uit die hoek dan, zo bleek uit onze
gesprekken, ook direct woedende reacties op.